Het werkstuk – of hoe ik verdween in de jungle

  • 9 november 2020
  • Auteur: Hugo van den Ende

Na school loop ik vlug naar huis. Ik kijk door het ruitje van mama’s studio, maar daar is ze niet. 
   Op de trap ruik ik al lavendel, dus ze zal wel in bad zitten. De deur van de badkamer staat op een kier, stoomflarden dampen de gang op. Geruisloos glip ik naar binnen. 
    Het bad zit vol schuim. Eén groot sneeuwlandschap. Er steken maar een paar stukjes mama boven de sneeuw uit. Twee knie-eilandjes en een groter eiland met ogen, een neus en een mond. De ogen van het eiland zijn dicht. 
   ‘Mama?’ 
   Ze hoort me niet. Ze heeft haar oren onder water.   
   Aan de achterkant van de wasmachine hangt een rubberen slang. Voorzichtig wrik ik die los. De ene kant hang ik in het water, de andere kant zet ik aan mijn mond. ‘MAMA!’ 
   Grote bubbels borrelen op. (p 55)

Bron
Veerkracht 17-3, november 2020

 

Gerelateerde Publicaties

toon alles
Veerkracht 23-2
16 juli
Historical perspective taking in primary schoolhistory textbooks
25 juni
Lezen en laten lezen op school: Surveyonderzoek naar drie kerncomponenten van leesbevordering in het funderen onderwijs
25 juni