Master Leiderschap en Innovatie Kind en Educatie

De master Leiderschap en Innovatie Kind en Educatie is een professionele master, gericht op leiderschap en innovatie in het domein kind en educatie 0-14 jaar. De master leidt op tot interprofessionele leiders met informele en formele zeggenschap in de sectoren educatie, kinderopvang, sociaal werk en jeugdzorg. Daarbij zijn de formele leiders diegenen die eindverantwoordelijk zijn voor een organisatie-eenheid en de informele leiders diegenen die als inhoudelijk gedreven professional meedenken en meedoen in het vormgeven van hun organisatie.

Icon inhoud Inhoud

De master Leiderschap en Innovatie Kind en Educatie richt zich op professionals met informeel leiderschap of formeel leiderschap. Professionals kunnen o.a. zijn: schoolleiders, leraren, teamleiders, projectleiders, leidinggevenden sociaal werk, jeugdzorg en kinderopvang, hoofd gastouderbureau, staf- en beleidsmedewerkers in de relevante sectoren maatschappelijk werkers, consulenten, trainers, jeugdzorgwerkers, gedragswetenschappers en therapeuten jeugdhulp en vertrouwensartsen. De master richt zich op bestaande functies, maar ook op toekomstige sector-overstijgende functies en rollen.

Bestaande functieprofielen, zoals in de CAO’s van de sectoren binnen het domein Kind en Educatie zijn het vertrekpunt voor de vertaling naar de rollen, beroepsprofielen en competenties die in de opleiding centraal staan. De beroepsstandaarden voor Schoolleiders in primair onderwijs (Andersen & Kruger, 2012), CAO Primair Onderwijs (2016), CAO Sociaal Werk, Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening (2017), CAO Kinderopvang (2016) en CAO Jeugdzorg (2017) zijn als kaders gebruikt. Daarbij is gekeken naar leidinggevende functies waarvoor hbo- of academisch werk- en denkniveau gevraagd wordt.

De vijf basiscompetenties van het Schoolleidersregister zijn uitgangspunt van de opleiding. Daaraan is een zesde competentie toegevoegd, passend bij het bijzonder kenmerk van de KPZ: de narratieve professionele identiteit. Dit bijzonder kenmerk is door de NVAO in 2015 aan KPZ verleend (NVAO, 2015). Innovatieve professionals streven naar ‘excellentie vanuit de eigen unieke kwaliteiten en naar het realiseren van het beste dat zij in zich hebben’ (Aristotle, 1925; Ryff, 2013) door te werken aan de ontwikkeling van de eigen professionele identiteit. Professionele identiteit is het antwoord op de vraag wie de professional wil zijn als innovatief leider binnen de organisatie waarvoor hij werkt (vgl. Ruijters, 2015). Het betreft het geheel aan opvattingen, kennis, gedragingen en vaardigheden waardoor je voor een ander herkenbaar bent als een bekwame professional (vgl. Pauw, Van Lint, Gemmink, Jongstra, & Pillen, 2017).

Zes competenties

De zes competenties zijn vertaald in drie rollen passend bij de grondslagen van de opleiding:

  • civic entrepreneur: maatschappelijk ondernemer die waarde creëert voor zijn omgeving;
  • boundary crosser: de interpersoonlijk verbinder die elementen van de ene praktijk in de andere brengt en horizontaal leren stimuleert;
  • research-based designer: onderzoekend ontwerper van product- of procesvernieuwingen.

 

Als civic entrepreneur handelt een leider in het domein Kind en Educatie als een maatschappelijk ondernemer die vanuit een duidelijke visie proactief werkt aan collectieve doelen die relevant zijn voor de omgeving/regio. Hij kan conceptueel denken, is op de hoogte van relevante gespecialiseerde geavanceerde kennis en ziet de organisatie als geheel (Senge, 2006). Hij denkt en handelt in het algemeen belang binnen de mogelijkheden van de organisatie en is in staat tactische, strategische en creatieve oplossingen aan te dragen op het raakvlak van verschillende beroepspraktijken en kennisdomeinen.

Als boundary crosser geeft een leider betekenis aan meerdere contexten door deze op institutioneel, interpersoonlijk en intrapersoonlijk niveau te benaderen (Akkerman & Bruining, 2016). Vanuit een gemeenschappelijk doel werkt hij samen met andere professionals uit andere sociale entiteiten en hij stimuleert interprofessionele samenwerking, waarbij iedere entiteit zijn eigen identiteit behoudt en waarbij het waarderen van verschillen het uitgangspunt is.

De research-based designer is als innovatief leider Kind en Educatie in staat om ontwerpgericht onderzoek in de praktijk uit te voeren, gericht op het leren en innoveren in interdisciplinaire organisaties, waarbij zowel het oplossen van problemen in de praktijk als het genereren van toepasbare kennis wordt nagestreefd (Andriessen, 2014; Van Aken & Andriessen, 2011). Bij research based design (RBD) ligt het accent op de praktijkoplossing (Pauw, Jongstra, & McKenney, 2018). Het gaat om een type onderzoek dat direct bijdraagt aan de organisatie; het gaat om een innovatie, passend bij de onderzoeksagenda van de werkcontext en bij de opdracht van de professional.

Hoewel in alle drie de beroepsrollen onderzoeksvaardigheden versterkt worden, leren de deelnemers met name in de rol van research based designer de benodigde vaardigheden voor het verrichten van collectief ontwerpgericht onderzoek in de praktijk. Dit type onderzoek wordt KPZ breed uitgevoerd omdat het o.i. bij uitstek geschikt blijkt om bij te dragen aan (levenslang) leren en innoveren (zie o.a. McKenney & Reeves, 2018; Pauw, Jongstra, & Mc Kenney, 2018; Verdonschot & Kessels, 2011).

Relevante wetenschappelijke kennis over het vakgebied leiderschap en innovatie
Het ontwerp van de master is mede gebaseerd op recente wetenschappelijke literatuur over leiderschap en innovatie. De centrale idee is gestoeld op het beginsel van nieuw leiderschap en in lijn daarmee van nieuwe organisatievormen die nodig zijn om het perspectief van de professie en die van het management succesvol te laten interacteren. In hun artikel ‘Professionele ruimte verandert leiderschap’ beschrijven Ten Have en medeauteurs (2015) een nieuw perspectief op leiderschap en nieuwe organisatievormen

Innovatief vermogen en ondernemerschap
De uitwerking van nieuw leiderschap is hieronder vertaald in drie grondslagen van de nieuwe opleiding: i) professional governance; als gunstig klimaat voor ii) innovatief vermogen en ondernemerschap en iii) vermogen tot interprofessionele samenwerking en boundary crossing. Interprofessionele samenwerking draagt bij aan innovatief vermogen en ondernemerschap van de leidinggevenden (De Waal, 2018). Omgekeerd wordt verondersteld dat innovatief vermogen en ondernemerschap bijdragen aan een hoger niveau van interprofessionele samenwerking. We bespreken de grondslagen hieronder vanuit het perspectief van nieuw leiderschap.

Professional governance wordt bereikt in organisaties, waarin leiderschap gedeeld is en er ruimte wordt gecreëerd voor formeel en informeel zeggenschap: ‘Leiderschap als rol, als proces dat zich voordoet in samenwerking tussen mensen. Wie dat leiderschap neemt en verwerft, staat niet vast, maar kan verschillen per situatie, per activiteit en door de tijd heen’ (Onderwijsraad, 2016, p. 33). Deze visie sluit aan bij de concepten van gedeeld leiderschap en gespreid leiderschap (Spillane, 2006).

Nieuw leiderschap veronderstelt leidinggeven aan inhoudelijke veranderingen. De Onderwijsraad (2014) geeft aanbevelingen om meer innovatieve professionals op te leiden. Dit advies past bij de hoger opgeleide professional met een onderzoekend vermogen, die zijn handelen baseert op onderzoek, een onderzoekende houding heeft en zelf in staat is onderzoek te verrichten (Andriessen, 2014). Weliswaar is het essentieel dat onderzoek belangrijk is voor een professional, het is echter niet voldoende; in een beroepsopleiding is het slechts een middel om tot verbeteringen in de praktijk te komen. Een innovatieve houding is nodig om bij te kunnen dragen aan de continue verbetering van werkprocessen.

Boundary crossing en interprofessionele samenwerking
Onder interprofessionele samenwerking verstaan we: interdisciplinaire, non-hiërarchische samenwerking in en tussen teams, waarbij de keuze van het niveau van samenwerking ingegeven wordt door het creëren van kansen tot optimale ontwikkeling van kinderen (vgl. Boon, Verhoef, O’Hara & Finlay, 2004).

Nieuw leiderschap veronderstelt leidinggeven aan organisatieverandering. Het proces van leren bewegen tussen of samenwerken met andere systemen en het (her) en (er)kennen van elkaars expertise hierin is cruciaal. Dit proces wordt ook wel boundary crossing genoemd. Engeström (1995) beschrijft boundary crossing als: ‘the challenge of negotiating and combining ingredients from different contexts to achieve hybrid solutions’ (p. 319).

Bovenstaande ontwikkelingen worden ondersteund door pedagogische perspectieven op onderwijs.

Behoefte beroepenveld en ervaringen masters en interprofessioneel werken
De ontwikkelingen in het werkveld zijn éénduidig en in de regio actueel en ingrijpend. In hoog tempo wordt onderwijs vernieuwd en worden integraal kindcentra vormgegeven. Dat versterkt de vraag naar personeel met verdieping en verbreding in de competenties.

Het profiel is mede tot stand gekomen door de intensieve betrokkenheid van de werkveldadviesraden van leidinggevenden en bestuurders.

De MLIKE leidt op tot masterniveau 7 (NLQF, afgeleid van de internationale Europese niveaueisen EQF). Deze professionals zijn in staat om leiding te geven aan interdisciplinaire teams binnen afwisselende en onvoorspelbare contexten en binnen verschillende beleidsterreinen, waarin zich complexe problematiek kan voordoen. Dit vereist een hoog abstractieniveau en een hoge mate van zelfsturing en zelfstandigheid. Hij heeft gespecialiseerde en geavanceerde kennis van interdisciplinaire, internationale theorieën over leiderschapspraktijken en innovatiepraktijken en over kennisdomeinen die hij kan aanwenden bij het nemen van beslissingen. De leidinggevende Kind en Educatie kan zich een oordeel vormen op basis van onvolledige, beperkte of ambigue gegevens. Hij kan conceptueel denken en kritisch reflecteren op zichzelf en zijn omgeving.

Icon programma Programma

Het programma kent drie fases: het kernprogramma (fase een gedurende semester een en twee), het topprogramma met gevarieerd aanbod voor de verschillende professionals (fase twee gedurende semester drie en vier), en een specialisatiefase (fase drie gedurende semester vijf). Elke fase bestaat uit een aantal schakelunits. Binnen een schakelunit wordt kennis uit verschillende relevante vakgebieden door verschillende docenten aangeboden. Iedere schakelunit zal afgerond worden met een professioneel product, afhankelijk van de rol en context van de deelnemer. Met name het specialisatieprogramma is grotendeels vraaggestuurd en geeft mogelijkheden tot organisch leren in kennis- en innovatiekringen, waarin zowel opleidingsdocenten als masterstudenten zitting hebben.

Schakelunits
Het programma van de opleiding bestaat uit de volgende modules:

  • oriëntatie op de organisatie(s);
  • analyse van de context;
  • waardecreatie in de regio/omgeving;
  • kenniscirculatie en visievorming;
  • co-creatie van innovaties;
  • formeel: bedrijfsvoering en ondernemingszin of informeel: professionalisering en teamexperiment;
  • formeel: kwaliteitsmanagement of informeel: kennismanagement;
  • innovaties met doorwerking;
  • netwerkopbouw en internationalisering (internationale studiereis);
  • leiderschap en innovatie in interprofessionele leernetwerken.

 

Certificaten en diploma
Wanneer je een unit succesvol hebt afgerond, ontvang je een certificaat. Wanneer je het volledige programma succesvol hebt afgerond, ontvang je het diploma master Leiderschap en Innovatie Kind en Educatie. Je bent dan gerechtigd de graad master of Arts te voeren.

Icon studiebelasting Studie­belasting

Er is rust en ruimte gecreëerd om voor de werkende deelnemer studeerbaarheid te borgen en het leren te optimaliseren. Zo is er bijvoorbeeld gekozen om twee maanden later dan het gebruikelijke academische jaar te starten. Het programma is verdeeld over tweeënhalf jaar studie met een gemiddelde studiebelasting van veertien uur per week. Er is een ritme van tweewekelijks aanbod wat betreft colleges en leerkringen; dat geeft ruimte om de transfer te maken naar werkplek.

Icon toelatingseisen Toelatings­eisen

De opleiding is onder andere bedoeld voor schoolleiders, leraren, teamleiders,
projectleiders, stafmedewerkers en andere professionals in de sectoren onderwijs, kinderopvang, sociaal werk en jeugdzorg. Afgestudeerden zijn werkzaam binnen geïntegreerde, samenwerkende of zelfstandige organisatievormen in de sectoren educatie, kinderopvang, sociaal werk en jeugdzorg of bij lokale of regionale overheden. De opleiding en inhoud en het programma zijn tot stand gekomen door een intensieve samenwerking met een divers samengestelde groep van werkgevers, leidinggevenden en andere professionals.

Toelatingseisen

  • je bent afgestudeerd op bachelorniveau Social Work, SPH, MWD, CMV, Pedagogiek, CTO of SPV of leraaropleiding en bent werkzaam in het onderwijs, kinderopvang, sociaal werk, jeugdzorg of relevante lokale overheid;
  • je hebt minimaal drie jaar relevante werkervaring na het afronden van je hbo-/ bacheloropleiding;
  • je hebt een relevante functie waar je kunt werken aan taken en opdrachten passend bij de masteropleiding;
  • op grond van de intakeprocedure besluit de opleiding definitief over toelating.

Deelnemers die starten aan het opleidingsprogramma als formele leidinggevende moeten aan de specifieke volgende instroomeisen voldoen:

  • minimaal drie jaar leidinggevende ervaring binnen één van de relevante sectoren of betrokken lokale overheden;
  • een pré voor de toelating voor de opleiding is een relevante leidersschapsopleiding binnen één van de relevante sectoren, dit kan voor de sector educatie een vooropleiding post-bachelor vakbekwaam schoolleider betreffen of binnen de kinderopvang de bacheloropleiding Pedagogisch Manager Kinderopvang.

Icon kosten Kosten

De opleiding duurt 2,5 jaar en kost tweemaal € 8.965,-. De kosten voor literatuur en studiereis zijn niet inbegrepen in de cursusprijs.

Icon planning Planning

De opleiding is meestal tweewekelijks en start op woensdag 30 oktober 2019.

 

Icon extra-informatie Extra informatie

MLIKE team

Anne Looijenga (BA Personeel & Organisatie)
Cindy Poortman (PhD Onderwijskunde)
Elske Heinen (BA Jeugdwelzijnswerk)
Herma Slendebroek (BA Informatiedienstverlening en -management)
Ietje Pauw (PhD Geesteswetenschappen, Linguïstiek; MA Nederlandse taal- en letterkunde)
Janine Boekelder (MA Communicatiewetenschappen)
Jorien van Heerde (MEd Leren en Innoveren; BA Human Resource Management)Marieke Pillen (PhD ‘Teaching and teacher education’; MA Orthopedagogiek; BA Lerarenopleiding basisonderwijs)
Michelle Gemmink (MSc. Pedagogische wetenschappen)
Nynke van der Sluis (BA Personeel & Arbeid)
Tamme Spoelstra (PhD Geesteswetenschappen / Geschiedenis; MA Sociaal-economische geschiedenis; BA Lerarenopleiding Geschiedenis & Nederlands)
Tjip de Jong (PhD ‘Linking social capital to knowledge productivity’; MSc. Business Administration; BA Management, Economie en Recht)
Trynke Keuning (PhD Onderwijskunde; MA Onderwijskunde; Research Master Behavioural and Social Sciences)
Valerie Reiter (MSc. Klinische & Gezondheidspsychologie en Algemene Sociale Wetenschappen)
Vivian Tevreden (MA Orthopedagogiek; Academische leergang Strategisch leiding geven; BA Lerarenopleiding basisonderwijs)
Wenckje Jongstra (PhD Theoretical Linguistics; MA Nederlandse taal- en letterkunde)

Icon extra-informatie Extra informatie

De master Leiderschap en Innovatie Kind en Educatie is ook mogelijk in combinatie met de teambeurs, de tegemoetkoming schoolleiders en de lerarenbeurs.

Icon extra-informatie Extra informatie

Registratie voor het Schoolleidersregister PO
Deze opleiding betreft een volledige opleiding op masterniveau (60EC) en is door de NVAO geaccrediteerd. Daarom kan deze master zowel in het kader van basisregistratie als in het kader van de herregistratie door schoolleiders bij het schoolleidersregisterpo worden geregistreerd.