Van losse initiatieven naar focus
Hoe de Jan Ligthartschool werkt aan sterker rekenonderwijs met ADAPT
De Jan Ligthartschool in Wapenveld is één van de veertien scholen in Nederland die dit schooljaar deelnemen aan de ADAPT-interventie. Een intensief traject waarin schoolleiders, intern begeleiders/kwaliteitscoördinatoren en rekencoördinatoren worden getraind in het werken met ADAPT en het coachen van collega’s. Tegelijkertijd wordt het hele schoolteam in vijf teambijeenkomsten geschoold in differentiëren, aan de hand van de vier fases en vijf principes van ADAPT. Rekencoördinator Suzanne van Oeffel vertelt hoe dit traject op hun school vorm krijgt en wat het in beweging heeft gezet.
‘We wilden veel, maar het kwam er niet altijd uit’
‘Wij zijn een school met een gedreven team,’ vertelt Suzanne. ‘We willen veel, maar het kwam er niet altijd uit. Door verschillende ontwikkelingen binnen de school wisten we op een gegeven moment niet zo goed welke kant we met elkaar op wilden.’ De tegenvallende rekenresultaten vormden een belangrijke aanleiding om op zoek te gaan naar een nieuwe impuls. Toen ADAPT op hun pad kwam, besloten ze die kans te grijpen. ‘We dachten: is dit misschien een invalshoek die ons kan helpen? En dat blijkt zo te zijn.’
Bewustwording als eerste stap
Wat Suzanne vooral raakte in de eerste bijeenkomsten (de regiobijeenkomsten waarin de basis wordt gelegd voor het werken met ADAPT) was het besef hoeveel keuzes je als leerkracht eigenlijk maakt, vaak zonder dat je je daar bewust van bent. ‘Je doet zoveel op de automatische piloot. Terwijl je eigenlijk wilt kunnen uitleggen: waarom doe ik dit? Dat stukje bewustzijn was voor ons een belangrijke stap. Dat je niet alleen handelt, maar ook beredeneert wat je doet.’ Die gezamenlijke taal bleek cruciaal. ‘Het hele team doet mee, ook de kleuterleerkrachten. Daardoor weet iedereen: dit is de manier waarop wij naar ons onderwijs kijken. De neuzen staan nu echt dezelfde kant op.’
Van ‘iets doen’ naar samen gericht werken
Voorheen werkte iedereen hard, maar vaak vanuit een eigen focus. ‘We probeerden van alles,’ vertelt Suzanne. ‘Wat op zich heel mooi is, maar daardoor dreven we ook steeds meer uit elkaar in onze eigen gedrevenheid.’ ADAPT bracht daar verandering in. ‘In één keer gingen we met elkaar naar hetzelfde kijken. Dat gaf focus en heeft ons echt versterkt als team.’
Blokvoorbereiding: van impliciet naar expliciet
Een concreet voorbeeld is de blokvoorbereiding. ‘We werkten daar al wel mee, maar we waren ons er niet echt bewust van. En we wisten ook niet goed wat er allemaal in hoort.’Door het traject gingen ze daar systematischer naar kijken. ‘We zijn de methode ingedoken: wat staat daar al in? En hoe koppelen we dat aan onze eigen observaties?’ Samen met een collega maakte Suzanne een eerste opzet, die vervolgens in het team verder werd uitgewerkt. ‘Het ging echt leven. Iedereen vulde aan en dacht mee. En nog steeds is het een werkdocument: we blijven het aanpassen en verbeteren.’ Zo ontstond gaandeweg ook aandacht voor nieuwe elementen, zoals rekenwoordenschat. ‘Dat stond al in de methode, maar wij deden er nog niet zoveel mee. Nu nemen we dat bewust mee in onze blokvoorbereiding.’
Samen lessen ontwerpen en verbeteren
Niet alleen de voorbereiding van een periode, maar ook de les zelf kreeg meer gezamenlijke aandacht. ‘We bereiden af en toe samen een les voor. Dan kijkt het team mee: wat is het doel, hoe ga je dat aanpakken, waar kun je nog bijstellen?’ Vooral het werken met sterke rekenaars kreeg daarin een impuls. ‘Dat was bij ons echt een ondergeschoven kindje. Nu is het een speerpunt.’
Een klein voorbeeld laat zien hoe dat werkt in de praktijk. Een collega had een les voorbereid en vroeg zich af hoe ze binnen dit doel ook meer uitdaging kon bieden voor een sterke rekenaar. ‘Toen zei iemand: kun je niet eierdozen van zes of twaalf gebruiken in plaats van tien? Zo kon de leerling gewoon meedoen met de rest, maar wel op een iets hoger niveau. Dat vond ze echt leuk, ook omdat ze even die aandacht kreeg. En voor ons was het een mooi voorbeeld van hoe het dus ook kan.’
Meer aandacht voor sterke rekenaars
Een van de duidelijkste veranderingen is de verschuiving in aandacht binnen de klas. ‘Waar de focus eerst vooral lag op de basisgroep, ontstaat nu echt ruimte voor sterke rekenaars. Daar zijn we best trots op.’ Door vooraf beter te analyseren wat leerlingen al beheersen, kunnen instructies gerichter worden ingezet. ‘Sommige leerlingen kunnen sneller zelfstandig aan de slag, waardoor wij tijd hebben voor anderen. Bijvoorbeeld om met sterke rekenaars echt de verdieping in te gaan.’ De leerlingen zelf zijn zich daar niet per se bewust van, merkt Suzanne. ‘Maar je ziet wel dat ze er profijt van hebben. Die extra aandacht was er eerder gewoon minder.’
Houvast en een gezamenlijke taal
Voor Suzanne als rekencoördinator biedt ADAPT vooral structuur. ‘Het geeft ons een rode draad. We kijken met dezelfde bril naar ons onderwijs en maken bewuste keuzes. Dat geeft houvast.’ Ook in haar rol richting collega’s helpt dat. ‘Je spreekt dezelfde taal. Daardoor kun je makkelijker met elkaar in gesprek over wat je doet en waarom.’
Stap voor stap
Tegelijkertijd was het traject soms ook intensief. ‘Met een klein team is het best veel. Collega’s gaven ook aan dat het soms fijn was om even gewoon les te geven, zonder observaties of extra bijeenkomsten eromheen.’ Dat besef is er ook: niet alles hoeft tegelijk en niet alles hoeft perfect. ‘We zijn ambitieus, maar we blijven realistisch. We willen het goed doen, maar het hoeft niet meteen een tien te zijn.’
Ook aan de slag met ADAPT?
De Jan Ligthartschool neemt deel aan de ADAPT-interventie, die door het NRO is aangemerkt als kansrijke interventie voor het versterken van basisvaardigheden. Komend schooljaar wordt de interventie aangeboden via KPZ Next. Er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar.
Meer informatie en aanmelden