‘Studenten denken nu echt na over hoe ze iedereen uitdagen’
Hoe differentiëren in het nieuwe curriculum een plek krijgt in de pabo
Hoe zorgen we ervoor dat kennis uit onderzoek naar differentiëren door het Kennis- en Innovatiecentrum niet alleen landt in wetenschappelijke publicaties en nascholing, maar ook echt doorwerkt in de pabo? Volgens Mariëlle Elburg, hogeschooldocent rekenen-wiskunde gebeurt dat steeds nadrukkelijker. In het vernieuwde curriculum krijgt differentiëren niet langer pas later in de opleiding expliciet aandacht, maar wordt het al vroeg ingebed in het denken en handelen van studenten.
Vanaf het eerste jaar leren kijken naar verschillen
Waar differentiëren in het oude curriculum vooral in het derde jaar expliciet aan bod kwam, is er nu bewust voor gekozen om studenten er al veel eerder mee in aanraking te laten komen. Bijvoorbeeld in PO2GROEP, een module waarin studenten gericht een goede rekenles leren ontwerpen. Daarin gaat het niet alleen over de les zelf, maar ook over de principes van goed differentiëren en het maken van bewuste, beredeneerde en betekenisvolle keuzes. Het effect is zichtbaar. ‘Studenten gebruiken nu al veel meer taal die betrekking heeft op differentiëren. Van eerstejaars krijg ik nu veel vaker de vraag: maar hoe doe ik dat dan als een kind dit al heel goed kan? Meer dan ik van eerdere jaarlagen gewend was.’ ‘Ze zijn veel bewuster van dat je niet zo’n les over de kinderen heen uitrolt, maar dat je goed moet kijken wie je in je klas hebt en dat je daarop moet afstemmen.’
Dat zie je ook terug in hoe studenten hun lessen voorbereiden. In een nieuw lesvoorbereidingsformulier (de didactische route) heeft vooraf reflecteren een vaste plek. Studenten denken daardoor gerichter na over hun groep en wat die vraagt. ‘Studenten gaan veel bewuster nadenken over: wat voor groep heb ik voor mijn neus?’
Geen extraatje, maar de basis van goed lesgeven
Volgens Mariëlle is dat precies waar het om gaat: differentiëren moet geen los onderdeel zijn, maar verweven zitten in goed lesgeven. Studenten hoeven in het eerste jaar nog niet alles te beheersen, maar leren wel al denken vanuit samenhang. ‘Als we die principes – werk doelgericht, monitor voortdurend, stem instructie en verwerking af, daag alle leerlingen uit en stimuleer zelfregulatie – gebruiken, dan heb je al een heleboel in je les voor elkaar gekregen.’
Jaar 3: ADAPT in het hart van H05
De echte verdieping vindt plaats in H05, het eerste semester van voltijd 3. In dat semester komt differentiëren expliciet terug in samenhang tussen de verschillende beroepstaken communicatie, signaleren (H05Communicatie), HO5LEZEN en HO5REKEN. Vooral in de rekenmodule krijgt ADAPT een duidelijke plek. Studenten leren daar hoe ze hun onderwijs zo kunnen organiseren dat álle leerlingen worden uitgedaagd. Mariëlle is enthousiast over die opbouw: ‘Ik ben echt trots op hoe mooi dat semester in elkaar valt, als één geheel.’ Concreet krijgen studenten vier colleges waarin ADAPT centraal staat. Als eindopdracht maken zij een blokvoorbereiding, waarbij ze minimaal drie rekenlessen zelf gevenen er één wordt beoordeeld door de werkplek- of instituutsbegeleider. Daarbij ligt de focus op de vier fasen van differentiatie en op het maken van bewuste keuzes voor de hele groep.
Het gesprek met de praktijk
Een belangrijk onderdeel in dat semester is ook de koppeling met de stagepraktijk. Studenten observeren niet alleen een les van hun werkplekbegeleider, maar gaan daar vervolgens ook gericht over in gesprek. Juist dat gesprek vindt Mariëlle waardevol. ‘Het gaat om het gesprek.’ Door studenten bewust met die bril naar lessen te laten kijken, ontstaat er niet alleen bij hen iets, maar mogelijk ook op de opleidingsscholen. De hoop is dat door de vragen die studenten stellen, ook daar weer nieuwe gesprekken op gang brengen.
Ruimte om af te wijken van de methode
Wat Mariëlle studenten vooral gunt, is vertrouwen. Vertrouwen om verder te kijken dan het volgen van een methode en ruimte te voelen om eigen keuzes te maken die passen bij de groep. ‘Ik hoop dat studenten voelen dat ze mogen afwijken van de methode. Dat ze bekwaam zijn in het maken van bewuste, beredeneerde en betekenisvolle keuzes. Die ruimte om de methode los te laten: daar bloeien leerkrachten van op. Dat gun ik studenten ook.’ Dat is volgens haar een cruciaal inzicht. Differentiëren is meer dan drie niveaugroepen of de aanwijzingen van een methode volgen. Het vraagt dat toekomstige leerkrachten leren kijken, afwegen en onderbouwen. En juist daarin ziet zij winst ten opzichte van eerdere cohorten. “Ik denk dat we veel bewustere leerkrachten op dit vlak afleveren.”
Waar liggen nog kansen?
Tegelijkertijd ziet Mariëlle ook duidelijke vervolgstappen. Zo merkt zij dat in scholen de vraag naar omgaan met sterkere rekenaars en verrijking steeds vaker terugkomt. Daar ligt volgens haar een kans voor verdere ontwikkeling en mogelijk ook voor onderzoek.
Daarnaast hoopt ze dat de taal van differentiëren zich verder als een olievlek verspreidt: binnen de opleiding, tussen collega’s, en in de samenwerking met partners en opleidingsscholen. ‘Ik hoop dat we ook intern dit als een soort olievlek met elkaar meer deze taal gaan gebruiken.’ Zo wordt differentiëren steeds minder een los thema en steeds meer een manier van kijken naar onderwijs. En juist door dat al vroeg in de opleiding mee te geven, ontstaat een stevige basis voor toekomstige leerkrachten, die niet alleen uitvoeren, maar bewust kiezen.